Vietnam is een van die landen waar je na één bezoek nooit meer dezelfde reiziger bent. Het strekt zich als een lange S uit langs de oostkust van het Indochinese schiereiland — meer dan 1.600 kilometer van noord naar zuid — en biedt op die afstand een ongelooflijke diversiteit aan landschappen, smaken en culturen. Smaragdgroene kalksteenkliffen in Halong Bay, goudgele rijstterrassen in Sapa, lantaarnverlichte steegjes in Hoi An en de bonkende energie van Ho Chi Minh City: elke regio voelt als een ander land.
Wat Vietnam zo bijzonder maakt is het eten. De Vietnamese keuken is licht, fris en boordevol kruiden — pho (noedelsoep), banh mi (stokbrood-sandwich), bun cha (gegrilde varkenstuk met noedels), Vietnamese koffie met gecondenseerde melk. Een complete maaltijd op straat kost zelden meer dan €2–€3, en bij iedere haltestop ontdek je weer een nieuwe lokale specialiteit.
Vietnam is ook ongelooflijk betaalbaar. Met €30–€50 per dag leef je comfortabel: een goed boutique hotel kost €25–€40, lokaal transport tussen steden via nachtbus of nachttrein €15–€25, en zelfs een tweedaagse Halong Bay-cruise hoeft niet meer dan €100 te kosten. De vlucht vanuit Amsterdam duurt circa 12 uur (met tussenstop in Doha of Singapore).
De beste reistijd hangt af van de regio. Voor een rondreis van noord naar zuid (of andersom) zijn februari–april en oktober–november het meest aangenaam: het noorden is dan droog en koeler, en het zuiden niet te heet. Vermijd juni–augustus in het noorden (warm en vochtig) en september–november in het centrum (tyfoonseizoen).