Bali is een van de weinige plekken ter wereld waar je na aankomst direct het gevoel krijgt dat je ergens speciaals bent. Het Indonesische eiland is klein genoeg om in drie weken bijna alles te zien, maar groot genoeg om je elke dag opnieuw te verbazen. Rijstterrassen die oplichten in de ochtendzon bij Ubud, kliftempels die boven de oceaan lijken te zweven bij Uluwatu, ongelofelijk blauwe baaien op Nusa Penida, en overal de geur van wierook en frangipani.
Wat Bali zo uniek maakt, is de combinatie van diepe spiritualiteit en moderne reizigerscultuur. Je kunt 's ochtends meedoen aan een tempelceremonie, 's middags surfen in Canggu en 's avonds dansen in een beachclub. Of je kiest voor het rustige Sidemen, waar nauwelijks toeristen komen en de rijstvelden zich eindeloos uitstrekken langs de flanken van de Agung vulkaan.
Nederlanders reizen massaal naar Bali, en dat is niet zonder reden. De vlucht duurt circa 14 uur via Singapore of Doha, het tijdsverschil is slechts 6 uur en de prijzen zijn een fractie van wat je thuis betaalt. Een maaltijd in een lokale warung kost €1–€3, een nacht in een mooi boutique hotel hoeft niet meer dan €40–€60 te kosten, en de meeste bezienswaardigheden zijn gratis of hebben slechts een kleine entreeprijs.
Bali is het hele jaar door te bezoeken, maar de beste periode is het droge seizoen van april tot oktober. In deze maanden is het zonnig en aangenaam warm (27–30°C), ideaal voor strand, wandelingen en vulkaanbestijgingen. Het regenseizoen van november tot maart brengt korte maar hevige buien, maar ook lagere prijzen en rustiger stranden.