Er is geen land waar we zó snel weer heen willen als Japan. Op papier zijn ultramoderne wolkenkrabbers naast eeuwenoude shinto-schrijnen een cliché, maar zodra je in Kyoto je koffer neerzet en om de hoek een monnik langs een 7-Eleven ziet lopen, snap je waarom die uitdrukking nooit versleten raakt. De mensen zijn stipt, respectvol én hartelijk. Het eten, van een €8-ramen tot een Michelin-omakase, wordt met bijna religieuze precisie klaargemaakt. En alles, echt álles, werkt.
Wat de meeste mensen verrast: Japan is in 2026 veel betaalbaarder dan zijn reputatie. De yen staat al jaren zwak, waardoor je een prima ramen krijgt voor €8-€12, een capsule hotel voor €25-€40 en toplocaties zoals Fushimi Inari of Arashiyama gewoon gratis binnenwandelt. De grootste kostenposten zijn de vlucht (€700-€1.000 retour vanuit Amsterdam) en de treinen, die je grotendeels afdekt met een JR Pass, mits je slim rekent (want sinds 2023 loont die pass niet meer voor iedereen automatisch).
KLM vliegt in 12 uur non-stop van Amsterdam naar Tokyo. Er is nauwelijks taalbarrière in de toeristische gebieden, Google Maps werkt vlekkeloos en de Shinkansen vertrekt op de seconde, letterlijk, het gemiddelde vertrekverschil is minder dan 18 seconden per jaar. Als reiziger geeft dat een enorme rust: geen bus die niet komt, geen tas die uit je zicht verdwijnt, geen restaurant dat je afzet. Je kunt je volledig richten op wát je gaat doen in plaats van hóé.
Elk seizoen heeft in Japan iets bijzonders. De lente (maart-april) staat in het teken van sakura, boek dan minimaal 6 maanden vooruit. De herfst (oktober-november) kleurt bergen en tempeltuinen rood, oranje en goud (koyo), voor ons het allermooiste seizoen. De zomer is heet en vochtig maar bomvol matsuri-festivals, de winter biedt skiën in Hokkaido, onsen in de sneeuw en het beroemde Snow Festival van Sapporo. Het enige moment dat we zouden vermijden? Golden Week (eind april-begin mei), dan reist heel Japan tegelijk en verdubbelen de hotelprijzen bijna.