Singapore was voor ons lang alleen 'die tussenstop op weg naar Bali', tot we er drie dagen bleven en de stopover elke reis erna bewust langer maakten. Singapore is namelijk niet gewoon een stad, het is een heel land dat toevallig één stad is. Chinees, Maleis en Tamil leven hier zó naadloos naast elkaar dat je in één middag van Marina Bay Sands naar de tempels van Chinatown, de kruidenmarkten van Little India en de moskee van Kampong Glam loopt, en je het gevoel hebt drie continenten te hebben gezien zonder een gate te passeren.
Als stopover is Singapore wat ons betreft de gouden zet. KLM en Singapore Airlines vliegen direct vanuit Amsterdam (circa 13 uur) en je kunt bij een doorreis naar Bali, Bangkok of Kuala Lumpur vaak gratis 2-3 dagen tussenlanden. Twee compleet verschillende werelden in één ticket, wij bouwen bij elke Azië-reis inmiddels standaard een Singapore-stop in.
Ja, Singapore is duurder dan de rest van de regio. Een biertje in een bar kost snel €10-€15, een hotelnacht €120-€250 en een cocktail op een rooftop €18-€25. Maar er is een geniale ontsnappingsroute: de hawker centres. Wij aten de beste Hainanese Chicken Rice van ons leven bij Maxwell Food Centre voor €4, char kway teow voor €4 en verse mangosap voor €1,50. Het MRT brengt je overal voor €1-€2. En de leukste dingen zijn gratis: rondwandelen door Chinatown en Little India, de Garden Rhapsody lichtshow bij de Supertrees om 19:45 en 20:45 (echt spectaculair) en het Jewel Changi Airport met zijn 40 meter hoge Rain Vortex.
Dankzij het tropische klimaat kun je Singapore het hele jaar door bezoeken. Het is altijd 28-32°C en vochtig, met korte tropische buien die net zo snel weer voorbij zijn. Februari tot april zijn de droogste maanden. Drie tot vier dagen is genoeg voor de hoogtepunten. Onze belangrijkste tip: plan een tussenstop van minimaal 6 uur op Changi zelf, ook als je Singapore verder niet in gaat. Jewel + Rain Vortex zijn een belevenis op zich en gratis toegankelijk vanuit transit.