Als je ons vraagt naar de meest onderschatte reisbestemming van Azië, dan zeggen we zonder twijfel: de Filipijnen. Wij zijn hier drie keer geweest en telkens weer overweldigd door hoe wíld mooi dit land nog is. Met ruim 7.600 eilanden verspreid tussen de Stille en de Zuid-Chinese Zee vind je hier stranden zonder voetstappen, lagunes waar je vaak alleen bent en jungle-vulkanen waar geen andere toerist komt. Palawan werd meermaals uitgeroepen tot mooiste eiland ter wereld, en na één boottocht door de Bacuit-archipel begrijp je precies waarom.
Wat de Filipijnen voor ons extra bijzonder maakt zijn de mensen. Filipino's zijn oprecht een van de gastvrijste bevolkingen ter wereld, en omdat Engels naast Tagalog een officiële taal is, praat je overal moeiteloos met iedereen. De cultuur is een fascinerende mix: 350 jaar Spaanse invloed zie je terug in de barokke kerken, Amerikaanse bezetting in het eten en de jeepneys, en de rest is puur Aziatisch. Nergens anders proef je deze combinatie.
En dan het budget: met €40 tot €80 per dag zit je hier mid-range prima. Wij vlogen binnen het land voor €25 met Cebu Pacific van Manila naar Palawan, en dat maakt eilandhoppen zo toegankelijk. Reken op ongeveer 14 uur vliegen vanuit Amsterdam met tussenstop in Dubai, Doha of Singapore.
De beste tijd om te gaan is het droge seizoen van november tot mei, waarbij december tot april écht de topmaanden zijn. Blijf ver weg van juni tot oktober, dat is tyfoonseizoen en vooral de oostkust krijgt dan flink water. In 2 weken doe je 2 à 3 eilanden goed; wil je Palawan, Bohol én Cebu of Siargao echt zien, plan dan minstens 3 weken.