Zuid-Korea is voor ons de verrassing van de laatste jaren. Wat vroeger een tussenstop was tussen Japan en China, is inmiddels dankzij K-pop, K-drama's en de Koreaanse golf (Hallyu) uitgegroeid tot een van de hipste reisbestemmingen van Azië. Maar geloof ons: Zuid-Korea is zoveel meer dan BTS en Squid Game. Wij ontdekten een land met 5.000 jaar geschiedenis, eeuwenoude tempels midden in bamboebossen, vulkanische eilanden, vier extreme seizoenen én misschien wel de leukste eetcultuur ter wereld.
Seoul is het bonkende, neonverlichte hart, een metropool van 25 miljoen mensen waar 600 jaar oude paleizen naast 555 meter hoge wolkenkrabbers staan. Maar het echte Zuid-Korea leer je pas kennen als je uit de hoofdstad stapt: naar Busan voor het beste zeebanket en stadsstrand, naar het keizerlijke Gyeongju vol tumuli, naar het tropische Jeju Island en naar de boeddhistische kloosters rond Andong en Haeinsa.
Met €60 tot €100 per dag heb je hier een uitstekende mid-range ervaring. Wij vielen als een blok voor het openbaar vervoer: de Seoul metro is goedkoop (€1 tot €2 per rit), spotless en overal in perfect Engels bewegwijzerd. De KTX-hogesnelheidstrein brengt je in 2,5 uur van Seoul naar Busan. En dan het eten. Bibimbap, Korean BBQ, kimchi jjigae, tteokbokki, fried chicken, een complete maaltijd in een lokale tent kost zelden meer dan €8 en is elke keer weer een feest.
De twee absolute topperiodes zijn april-mei voor de kersenbloesem (zachter klimaat dan Japan, minstens zo mooi) en september-oktober voor de spectaculaire herfstkleuren. Vermijd de klamme zomer (juli-augustus) en de strenge winter (december-februari), tenzij je naar Pyeongchang gaat om te skiën.