Thailand was voor ons, net als voor zoveel Nederlanders, de eerste kennismaking met Azië, en we snappen precies waarom dit land nog steeds bovenaan zoveel bucketlists staat. Je stapt uit op Suvarnabhumi, wordt om drie uur 's nachts opgeslokt door warme, plakkerige lucht en een uur later zit je op een plastic krukje pad thai te eten van een oma die niet één woord Engels spreekt maar wel de lekkerste noedels van je leven maakt. Voor 1,50 euro. Welkom in Thailand.
Wat ons keer op keer terugbrengt: de ongelooflijke afwisseling op relatief kleine afstand. 's Ochtends sta je in de sinaasappelgloed voor Wat Arun in Bangkok, twee dagen later loop je in een sanctuary in Chiang Mai olifanten te wassen (en nee, absoluut niet op ze te zitten, please), en een week daarna klim je een longtailboot in bij Railay Beach terwijl kalksteenkliffen recht omhoog uit turquoise water rijzen. Elk deel van het land voelt als een andere reis.
En dan de prijzen. Een streetfood-maaltijd: 1 tot 3 euro. Een fijn boutique hotel: 30 tot 60 euro per nacht. Een uur Thaise massage: 6 tot 10 euro (waarschuwing: hierna wil je nooit meer thuis massage). Een dagtrip naar Phi Phi met boot, gids en lunch: rond de 40 euro. Een binnenlands vluchtje van Bangkok naar Krabi met AirAsia: soms 30 euro. Thailand levert ongelooflijke reiskwaliteit voor een prijs waar je thuis nog geen restaurantavond voor krijgt.
Handig om te weten: sinds 2024 mag je als Nederlander 60 dagen visumvrij Thailand in, dubbel zoveel als voorheen. Vluchten Amsterdam-Bangkok met tussenstop kosten meestal 450 tot 700 euro retour, de beste reistijd is november t/m april (droog seizoen), en het tijdsverschil is 5 tot 6 uur. Eenvoudiger maken ze het echt niet. Ons advies: begin met twee weken, want daarna zul je merken dat je te weinig tijd hebt genomen. Dat overkomt iedereen.